Nieuws

Een lagere zorgpremie en toch meer betalen. Hoe zit dat?

Bij drie van de vier grote zorgverzekeraars gaat de zorgpremie volgend jaar verrassend genoeg niet omhoog, maar juist omlaag. Een mooie meevaller! Althans, op het eerste gezicht. Want in werkelijkheid gaan veel mensen volgend jaar alsnog meer premie betalen dan zij nu doen. We leggen u uit hoe dat zit.

Een aangename verrassing?

CZ, VGZ en Zilveren Kruis hebben op 12 november 2019 bekend gemaakt dat hun premies in 2020 voor de natura basisverzekering respectievelijk met € 3,85, € 1 en € 1,50 per maand zullen dalen. Dat is best bijzonder. Want het is voor het eerst sinds 2014 dat de zorgpremies op deze schaal dalen. Ook het kabinet ging er op Prinsjesdag nog van uit dat de zorgpremie met 3 euro per maand zou stijgen. Een aangename verrassing dus, van deze drie grote zorgverzekeraars.

Per saldo meer

De belangrijkste reden voor de meevallende premie is dat de maximale korting die verzekeraars mogen uitdelen aan collectief verzekerden volgend jaar daalt van 10 naar 5 procent. Omdat verzekeraars de kortingen eerst als kosten opvoeren, is het logisch dat de premie voor volgend jaar minder hoog is dan afgelopen jaar, toen de premiekorting nog maximaal 10% was. Twee derde van alle consumenten maakt gebruik van zo’n collectieve zorgverzekering en een groot deel profiteert dus van de lagere premie. Maken de aangekondigde lagere premies de misgelopen korting goed? Nee, helaas niet. Daarnaast blijven onze zorgkosten stijgen en dat levert weer een opslag op de premie op. Dus per saldo gaat vrijwel iedereen die collectief verzekerd is, volgend jaar toch meer premie betalen.

Verzekeraars tasten weer in eigen buidel

Om een concurrerende premie te kunnen presenteren nemen de zorgverzekeraars ook dit jaar weer een flinke hap uit hun reserves. De verschillen tussen zorgverzekeraars zijn echter enorm: CZ legt net als vorig jaar 100 miljoen euro eigen geld in, Menzis 80 miljoen. VGZ daarentegen beperkt de inbreng van eigen vermogen tot ‘slechts’ 9,5 miljoen euro. VGZ lijkt in een positie gekomen dat zij A) niet altijd meer de hoogste korting hoeven te geven en B) hun eigen vermogen niet meer (grotendeels) hoeven aan te spreken om nog steeds een concurrerende premie neer te leggen.

Betaalbaarheid op langere termijn

Volgens zorgverzekeraars werpen programma’s om de zorgkosten te beteugelen hun vruchten af. Langdurige contracten, de juiste zorg op de juiste plek en tegen de juiste prijs, de introductie van zorgplafonds, het verschuiven van zorg van de 2e naar 1e naar de 0e lijn lijken nuttige instrumenten om te stoppen met (het vergoeden van) overbodige zorg. Desondanks blijft het een uitdaging om de zorgkosten in ons land betaalbaar te houden. Mensen worden ouder en gaan dus meer zorg consumeren. En het aantal chronisch zieken neemt toe. Daarnaast worden geneesmiddelen duurder en stijgen de loonkosten en de prijzen van de zorg. Dit vertaalt zich (uiteindelijk) in een hogere behandelprijs, hogere kosten voor een zorgverzekeraar en dus een hogere premie voor de verzekerden. Tijdens deze kabinetsperiode is afgesproken dat het wettelijk eigen risico € 385,00 blijft. De vraag is hoe lang dit gehandhaafd kan blijven.

Meer weten?

Heeft u vragen over de nieuwe zorgpremie? Of overweegt u een zorgcollectief af te sluiten voor uw medewerkers of de overstap naar een andere zorgverzekeraar te maken? Wij helpen u graag verder. Vul hieronder uw gegevens in en wij bellen u zo snel mogelijk terug.

Ja, ik wil teruggebeld worden door Edwin Willemsen


Edwin Willemsen
Sr. Consultant Zorg & Inkomen


Top